Ik ben Alwin Kuup, 26 jaar. Utrecht is mijn stad sinds mijn studententijd. Mijn favoriete plek is de werf bij Ledig Erf: een mooie mix van water, historische gebouwen en bomen waar het licht mooi door valt. Amelisweerd is een vast onderdeel van mijn hardlooproute. Het is de ideale plek om tot rust te komen. Ik kerk sinds een paar jaar in de Nieuwe Kerk. Het is bijzonder om te zien hoe steeds meer mensen hun leven aan Jezus geven. Ik ben net terug uit Sierra Leone, waar ik als vrijwilliger op een ziekenhuisschip werkte. Gelukkig kon ik weer terug naar mijn plekje in Oost. Nu wil me inzetten voor onze stad.
Studeren voelde voor mij nooit genoeg: ik wilde niet alleen in de boeken zitten, maar ook iets dóén om de wereld een beetje mooier te maken. Ik heb altijd verschillende baantjes en taken gehad. Dat was een goede manier om de stad beter te leren kennen. De ChristenUnie snoepte een steeds groter deel van mijn tijd op. Zo kwam ik voor de partij te werken in het Europees Parlement. Het was een voorrecht om op te staan voor een groener Europa waarin iedereen de vrijheid houdt om te geloven wat hij wil. De waarden van de ChristenUnie wil ik nu in Utrecht handen en voeten geven.
Utrecht heeft mijn hart veroverd. Dit is de plek waar ik volwassen ben geworden en vrienden voor het leven heb gemaakt. En zoals de stad zon- en schaduwkanten kent, heb ik hier pieken en dalen beleefd. Mijn familie weet inmiddels: als ze aan Utrecht komen, komen ze aan mij.
Ik hou van Utrecht. En als je veel van iemand houdt, geef je het mooiste wat je hebt. Ik geef graag mijn tijd en energie aan Utrecht. Utrecht moet een stad zijn waar iedereen zich thuis voelt, waar je in het donker over straat kunt en waar je kunt geloven wat je wil. En natuurlijk hebben we veel meer betaalbare woningen nodig. Maar hier wonen is niet vrijblijvend. We hebben alle Utrechters nodig. Samenleven is een werkwoord. De stille meerderheid die helpt in de kerk of op voetbalclub houdt deze stad draaiend. De hardste schreeuwers mogen niet winnen, maar de mensen die opstaan voor hun naaste.
Ik wil opstaan voor een Utrecht waar de samenleving en de schepping de ruimte krijgen. Dat betekent: meer bomen, minder stenen – niet alleen omdat het mooier is, maar omdat het ons beschermt tegen felle zon en stortbuien. Het betekent wijken die socialer en groener worden, zonder hun eigen identiteit te verliezen. En het betekent dat we beter naar elkaar luisteren, want de oplossingen voor onze stad zitten vaak bij de mensen die nu al aan de slag zijn: in de kerk, of in de buurt. Met elkaar maken we Utrecht tot een thuis.
